George Hitchcock, geschilderd door J.J. Shannon

Blessed Mother, door George Hitchcock

Tulip Culture, door George Hitchcock

GEORGE HITCHCOCK

George Hitchcock (Providence, 29 september 1850 – Marken, 2 augustus 1913) was een Amerikaans kunstschilder die het grootste deel van zijn werkzame leven in Nederland doorbracht. Hij geldt als de belangrijkste voortrekker van de zogeheten Egmondse School.


Hitchcock begon zijn loopbaan allesbehalve als kunstenaar. In Providence studeerde hij rechten aan Brown University en later vervolgde hij zijn opleiding aan Harvard Law School. Hij werkte nog enige tijd als advocaat in Chicago, maar voelde zich nauwelijks aangetrokken tot het vak. In 1879 gooide hij het roer om: hij besloot schilder te worden. Hij vertrok naar Londen en reisde door naar Parijs, waar hij studeerde aan de Académie Julian bij Gustave Boulanger en Jules Joseph Lefebvre. Daarna volgde een periode aan de kunstacademie in Düsseldorf. In 1880 kwam hij naar Den Haag om in de leer te gaan bij Hendrik Willem Mesdag.


In 1883 vestigde Hitchcock zich met zijn vrouw in Egmond aan den Hoef. Hij een atelier bouwen op de top van een duin, dat later door zijn vriend Gari Melchers werd betrokken. Een jaar later kreeg hij opvallend bezoek: keizerin Sisi van Oostenrijk kwam langs en kocht een schilderij van hem. Hitchcock bleef intussen veel reizen, maar Egmond werd zijn vaste basis. Zijn internationale doorbraak volgde eveneens in 1884, toen hij een gouden medaille won op de Parijse Salon. Daarna exposeerde hij in uiteenlopende Europese steden.


In 1890 richtte hij de Art Summer School op in Egmond aan Zee; vanaf 1893 verhuisde hij naar het landgoed Schuijlenburg, in Egmond aan den Hoef. De school trok deelnemers uit de hele wereld en bracht een bont gezelschap kunstenaars samen. Ze bleef bestaan tot 1905, toen Hitchcock met zijn tweede vrouw, Cecil Jay, weer in Parijs ging wonen.


Hitchcock schilderde vooral uitbundig kleurige Hollandse bloemenvelden, impressionistisch van toon en vaak in fel zonlicht. Daarnaast maakte hij portretten van “typisch Hollandse” meisjes en werkte hij religieuze onderwerpen uit in een symbolistische beeldtaal—met bijvoorbeeld stralenkransen—maar geplaatst in een eigentijdse omgeving, zoals Blessed Mother (1892, Cleveland Museum of Art). In zijn latere jaren reisde hij regelmatig naar de Verenigde Staten om werk te verkopen.


George Hitchcock was lid van onder meer de National Academy of Design, de Akademie der Bildenden Künste in Wenen en het Legion d’Honneur, en werd onderscheiden met de Frans Jozef-orde. Hitchcock stierf in 1913 op zijn boot in de haven van Marken, 62 jaar oud. Daarna raakte hij, en met hem de Egmondse School, geleidelijk uit beeld. Zijn werk is tegenwoordig echter vertegenwoordigd in grote musea, waaronder het Brooklyn Museum (New York), het Art Institute of Chicago en het Musée d’Orsay (Parijs). Het schilderij Tulip culture (De tulpentuin, 1889) bracht in 2010 bij Sotheby’s ruim 1,7 miljoen dollar op.


Ook in Nederland groeit de belangstelling weer. Kunstkenner Peter van den Berg publiceerde in 2009 een boek over Hitchcock en de Egmondse School, De Uitdaging Van Het Licht. Jeroen Krabbé sprak het verhaal van de Egmondse School in op cd. In 2010 was er een tentoonstelling met Hitchcocks werk in Museum Kranenburgh en vervolgens in het Singer museum, onder de titel Dutch Utopia. In 2012 werd in het centrum van Egmond aan den Hoef een borstbeeld van Hitchcock onthuld.


In 2025 werd in het stedelijk Museum Alkmaar een grote tentoonstelling 'Verlangen naar Egmond' gehouden, met aanvullende exposities in bezoekerscentrum Huys Egmont (Egmond aan den Hoef) en het Museum van Egmond (Egmond aan Zee), onder de naam 'Heimwee naar Egmond'